Informatie

Atelier en eigen ontwerp

In de volledig uitgeruste ateliers staan gediplomeerde goudsmeden en uurwerkmakers voor u klaar om al uw herstellingen, klein of groot, tot in de perfectie uit te voeren.

Op uw vraag kunnen onze goudsmeden voor u ook een eigen ontwerp tekenen en vervolgens uitvoeren. Op deze manier bent u er dan ook zeker van dat uw juweel een uniek stuk is.

 Voor meer info, raadpleeg onze contactpagina

Uurwerken

Algemene info

Met onze collectie uurwerken is er voor ieder wat wils!
Tijdloos klassiek, dynamisch sportief of strak trendy van stijl, een feestelijk model of een uurwerk om te werken, een sportieve of een stijlvolle look, of misschien een combinatie van dit alles?
Wij proberen kortom aan iedereen, jong of oud, het perfecte uurwerk voor te stellen.

Uit de lijst met de verschillende merken kunt u al opmaken dat ons aanbod dan ook zeer gevarieerd is:
Raymond Weil, Maurice Lacroix, Roamer, Citizen, Armani, Balmain,  Swiss Military, Rodania, M&M, Manfred+Cracco, Liu Jo, Obaku, Rosefield, Timberland en Casio.

Beeldmateriaal van onze uurwerken vindt u bij 'Collecties'.

Tijdsmeting doorheen de eeuwen

Tijd is belangrijk in ons dagelijks bestaan. De moderne mens benut zijn dag vaak tot op de minuut en het uurwerk speelt daarbij een cruciale rol.

Het woord horloge komt van het Latijnse 'horologium' dat letterlijk 'tijdzeggen' betekent. De oudste techniek die de mens toepaste om het verloop van de tijd te meten, was het plaatsen van een stok in de grond. Door de beweging van de aarde rond de zon verschoof de schaduw van de stok en zo diende deze als de wijzer van een primitieve klok. Dergelijke zonnewijzers bleven in allerlei variaties eeuwenlang in gebruik. Zo vormden later ook waterklokken, zandlopers en kaarsen tijdsaanduidingen. In de Middeleeuwen verschenen de eerste mechanische klokken. Berichten over de eerste polsuurwerken dateren van 1571. Toen kreeg Koningin Elizabeth I van Engeland een uurwerk cadeau, een hoogst exclusief en kostbaar geschenk, dat echter nauwelijks accuraat werkte.

Het vak van uurwerkmaker kwam echt tot bloei in de Gouden Eeuw, omdat zeevaart en astronomie behoefte hadden aan een nauwkeurige tijdsmeting. In de achttiende eeuw werd het zakuurwerk een gewild sieraad voor mannen. De uurwerken uit deze periode waren versierd met taferelen of Bijbelse voorstellingen en werden nog opgewonden met een sleutel. Halverwege de negentiende eeuw verschenen er echter uurwerken op de markt waarvan het uurwerk met een knopje - de kroon - kon worden opgewonden.

Het polsuurwerk is dan ook een relatieve nieuwkomer en is pas in de loop van de twintigste eeuw ingeburgerd. De komst van het kwartsuurwerk in de jaren zeventig veroorzaakte bovendien een revolutionaire omwenteling in de geschiedenis van het uurwerk. Niet alleen werkte het uurwerk heel eenvoudig door het gebruik van een batterij, het werkte ook heel nauwkeurig met een afwijking van maximaal een paar seconden per maand.

Vandaag is het vakmanschap waarmee uurwerken vervaardigd worden tot ongekende hoogte gestegen. Moderne uurwerken kunnen daarenboven vaak veel meer dan alleen de tijd aangeven; ze kunnen hun eigenaar herinneren aan een afspraak, fungeren als wekker, vermelden bijvoorbeeld datum en maanstand en kunnen in sommige gevallen zelfs de hartslag van hun drager in de gaten houden. En al deze bijzondere eigenschappen worden door ontwerpers telkens weer gevat in hoogstandjes van vormgeving, zodat uw uurwerk behalve zeer praktisch ook nog heel mooi is!

Soorten uurwerken

Mechanisch uurwerk

Een mechanisch uurwerk functioneert door middel van het klassieke 'opwindmechanisme'. Dit type uurwerk leek even op de achtergrond te raken door de komst van nieuwere technieken, maar is ondertussen bezig met een comeback. Het is echter raadzaam een mechanisch uurwerk iedere dag rond dezelfde tijd - bij voorkeur in de ochtend - op te winden.

Automatisch of zelfopwindbaar uurwerk

Het automatische uurwerk windt zichzelf op door de beweging van de pols van de drager. De armbewegingen laten een gewichtje roteren waardoor een veer wordt opgewonden.

Kwartsuurwerken

Kwartsuurwerken worden gevoed door een batterij. Deze batterij stuurt elektronische impulsen door een synthetisch kristal en zorgt ervoor dat er één beweging per seconde wordt doorgegeven aan het uurwerk. Kwartsuurwerken geven bovendien de tijd met sublieme precisie weer. De batterij gaat, afhankelijk van het soort uurwerk en van het gebruik, één tot vijf jaar mee.

Algemeen onderhoud van uurwerken

Zoals elk ander voorwerp is uw uurwerk onderhevig aan de inwerking en negatieve effecten van stof, parfum, transpiratie-resten, zout water en chloorwater. De zoutkristallen die op de huid zitten, kunnen het metaal van de kast en de metalen of lederen armband immers aantasten. Wij raden u dan ook aan om uw uurwerk regelmatig schoon te wrijven met een zachte vochtige doek. Het metaal en de goudlaag zullen bijgevolg langer mooi blijven!

Lederen armbanden van uurwerken hebben een veel langere levensduur indien onnodig contact met water of transpiratie vermeden wordt. Indien de lederen band toch vochtig zou zijn, dient deze voldoende kans te krijgen om te drogen. Zo is het aangeraden uw uurwerk niet te dragen tijdens de nachtrust.

De metalen armbanden van uurwerken met een waterdichtheidsgraad van minimum 5 ATM kunt u met koud water en met wat zachte zeep schoonspoelen. Zorg er bij elk watercontact voor dat de kroon goed is ingedrukt en het glas in prima staat is. Gebruik nooit warm water.

Laat de batterij van uw uurwerk direct vervangen wanneer ze leeg is. Lege batterijen kunnen immers lekken waardoor het uurwerk onherstelbaar beschadigd kan worden. Laat deze batterijwissel dan ook enkel door een professionele uurwerkmaker uitvoeren, hij kan de dichtingen controleren en indien nodig vervangen. Vraag ook om een waterdichtheidscontrole, indien u wenst dat uw uurwerk waterdicht blijft.

Mineraal of saffierglas

Saffierglas is het sterkste, helderste en meest duurzame uurwerkglas en is bovendien ook bij intensief gebruik zeer krasbestendig. Toch mogen wij niet stellen dat saffierglas krasvrij is. Een al dan niet geslepen diamant is immers nog harder en kan bijgevolg - zij het onopzettelijk - krassen maken op een saffierglas.

Om van het ruwe saffierkristal het krasvaste uurwerkglas te maken zijn er dan ook verschillende tientallen handelingen vereist, opdat er perfect geslepen vlakken en volmaakte koepels ontstaan. Dit verklaart dat saffierglas duurder is dan mineraal glas.

Zomer- en wintertijd

Sinds 1996 gebeurt de overgang van winter- naar zomertijd in de nacht van zaterdag op zondag van het laatste weekend van maart en de overgang van zomer- naar wintertijd in de nacht van zaterdag op zondag van het laatste weekend van oktober.

De overgangen gebeuren op zondagmorgen:

  • Voor de overgang naar zomertijd (laatste zondag van maart) : 2u lokale tijd wordt 3u lokale tijd.
  • Voor de overgang naar wintertijd (laatste zondag van oktober) : 3u lokale tijd wordt 2u lokale tijd.

Er wordt op Europees niveau overlegd of men niet definitief naar de zomer- of de wintertijd zou overschakelen. Een beslissing is hierover nog niet gevallen.
Indien men toch tweemaal per jaar de overgang wil blijven maken, dan vind je hier een kort overzicht voor de volgende jaren :



Ingang zomertijd

Ingang wintertijd

2019

31/03/2019

26/10/2019

2020

29/03/2020

25/10/2020

2021

28/03/2021

31/10/2021

2022

27/03/2022

30/10/2022


Waterdichtheid

Een uurwerk is een mechanisch, en vandaag de dag ook grotendeels elektronisch voorwerp. En zoals het geval is voor alle elektronica zijn vocht en water de grootste vijanden! Daarom is het bij aankoop heel belangrijk om de waterdichtheidsgraad na te gaan, opdat het uurwerk niet gebruikt zou worden in omstandigheden waarvoor het niet geschikt is. Dankzij het succes van sportieve uurwerken is waterdichtheid bovendien een zo vanzelfsprekend begrip geworden dat wij er dikwijls al van uit gaan dat een uurwerk waterdicht is. Niets is echter minder waar.

Wat maakt een uurwerk waterdicht ?

Er zijn verschillende elementen die bijdragen tot de waterdichtheid van een uurwerk. Als u er even bij stilstaat, is het evident dat alle openingen goed moeten worden afgedicht. Het afdichten van spleten tussen glas en kast, tussen kast en kastbodem en van alle openingen (kroon en drukknoppen bij bijvoorbeeld chrono's) moet gebeuren via dichtingen uit rubber, nylon of Teflon. Ze vormen een waterdichte verzegeling op plaatsen waar water zou kunnen insijpelen.

De dikte van het materiaal van de kast vormt echter een even belangrijke factor in het bepalen of een uurwerk onder water mag gedragen worden. De kast moet immers stevig genoeg zijn om onder water aan de druk te weerstaan, zonder ineengedrukt te worden. Maar ook het glas moet dikker zijn naarmate het uurwerk aan een grotere diepte moet weerstaan. Voor een écht duikersuurwerk (waterdicht tot 20 atm en meer) zijn geschroefde kronen nog steeds aanbevolen. Uiteraard moet de kroon dichtgeschroefd worden vooraleer in het water te gaan. De dichtgeschroefde kroon sluit de kast vervolgens perfect af van mogelijke waterinsijpeling (op voorwaarde dat de dichtingsring nog in goede staat is).

De kast, kroon en drukknoppen moeten dus in goede staat zijn. Vandaar dat men sportieve modellen uit roestvrij staal of titanium vervaardigt. Messing is géén ideaal materiaal, omdat het kan ingevreten worden door transpiratiezouten die gaatjes maken in het metaal.

Voor uurwerken getest op een waterdichtheid tot 10 atm gebruikt men in de regel dubbele en driedubbele dichtingsringen. Vandaar dat geschroefde kronen voor uurwerken tot 10 atm getest niet meer noodzakelijk zijn.

Hoe wordt waterdichtheid uitgedrukt ?

In de uurwerkbranche heeft men recentelijk beslist voortaan de uitdrukking bar of ATM te gebruiken in relatie met de waterdichtheid: waterresistent tot 3 - 5 - 10 ATM enz. ATM staat voor atmosfeer. Het getal ervoor duidt de atmosferische drukweerstand aan. Een uurwerk waarop “water resistance 10 atm ” staat, werd dus getest op een druk van 10 kilogram per cm2. Een ander woord voor ATM is “bar”. (1 bar = 10 meter waterdruk = 1 kg per cm2).

De verschillende gradaties van waterdichtheid uitgedrukt in atmosferische druk zijn enkel een theoretische aanduiding. Ze verwijzen naar de maximale diepte tot waar een uurwerk waterdicht blijft in perfect bewegingsloze toestand. Dit is echter een labo-toestand: zowel het uurwerk als het water verkeren in een stabiele toestand. Deze toestand wordt natuurlijk nooit bereikt in realiteit en zeker niet bij het zwemmen of het duiken, de beweging van de arm door het water verhoogt immers de druk op het uurwerk enorm. Het uurwerk mag bijgevolg niet gedragen worden op dieptes die in labo-testmachines gemeten worden.

Wat zijn de verschillende gradaties van waterdichtheid ?

Op de bodem van sommige uurwerken vinden wij de inscriptie ‘showerproof', ‘water-sealed' of ‘waterproof'. Deze inscriptie garandeert nooit absolute waterdichtheid, maar indien de dichtingen in goede staat zijn, kunnen zij vermijden dat occasioneel contact met water meteen grote schade toebrengt.

Uurwerken met het laagste niveau van waterdichtheid zijn gelabeld ‘water resistant 3 atm’. Daarop volgen de graden: water resistant 5 atm, 10 atm of 20 atm. Deze inscripties hebben volgende betekenis:

  • 3 atm : oppervlakkig contact met water mag (ook douchen)
  • 5 atm : zwemmen mag, maar niet duiken
  • 10 atm : geschikt voor watersporten, behalve duiken
  • 20 atm : geschikt voor diepzeeduiken

Gegraveerd
in de kastbodem

-

-

-

-

-

-

SHOWERPROOF

-

-

-

-

-

3 ATM

-

-

-

-

5 ATM

-

-

10 ATM

-

20 ATM


Hou wel steeds in het achterhoofd dat de diepte vermeld op de uurwerkkast het resultaat is van laboratoriumtesten in perfecte condities.

Waardoor kan de waterdichtheid in het gedrang gebracht worden ?

  • Het glas en de glasrand moeten in perfecte staat zijn : géén barsten, gaatjes of stukjes uit het glas. Een gebroken glas kan leiden tot waterschade !
  • De bodem van het uurwerk moet goed op de kast zitten : een schroefbodem of drukbodem moet vakkundig op de kast worden aangebracht.
  • De kroon en/of drukknoppen moeten aanwezig zijn en goed gecentreerd in de gaten zitten. Indien bij een slag of een val de kroon of de drukknoppen geraakt worden, kunnen deze schuin komen te zitten of afbreken. Zodra het gaatje niet meer precies wordt afgedicht, is waterschade mogelijk.
  • Alle dichtingen moeten in goede staat zijn : rond het glas, in de bodem en rond alle knoppen en drukknoppen moeten de dichtingen flexibel genoeg zijn om temperatuurschommelingen en chemische producten te weerstaan.
  • Vermijd enorme temperatuurschommelingen: ga je van een warme plaats naar vrieskasttemperaturen, dan kan er condensatie ontstaan, die schade kan berokkenen. Ga niet van het hete strand plots in koud water. De dichtingen zullen uitgezet zijn in de hitte en krimpen plots bij contact met koude. Gebeurt dit te snel, dan is er kans dat het water vlugger binnensijpelt dan de reactiesnelheid van de dichtingen.
  • Chemische producten en zout water tasten de kwaliteit en duurzaamheid van de dichtingen ook enorm aan. Maar ook chloorhoudend water, parfum, haarlak, enz. kunnen niet alleen de dichtingen besmeuren en aantasten, maar ook de afwerking van uw uurwerk (plakgoud, palladium, enz.) degraderen.

Juwelen - materiaal

Goud - algemeen

Goud is al eeuwenlang een bron van inspiratie. Dit zachte edelmetaal kent een aantal eigenschappen, die het tot de ‘Koning der Metalen' maken.

Zo behoudt goud zijn glans en is het veelzijdig, smeedbaar en duurzaam. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de mens zich al duizenden jaren van goud bedient en er zich graag door laat inspireren.

De zeldzaamheid en schoonheid van goud hebben tot vele magische verhalen geleid. Zo werd van de legendarische Koning Midas van Griekenland beweerd dat hij de kracht had om alles wat hij aanraakte, in goud te veranderen. Van de Inca's in Zuid-Amerika is bekend dat zij een ware hartstocht voor goud hadden. Zij zagen goud als ‘tranen van de zon' en hadden de gewoonte hun overledenen te begraven met gouden maskers op en hen van top tot teen te bedekken met goudpoeder. Hun land werd bekend als het ‘El Dorado' ofwel het ‘Gouden Land'. Een begrip dat nu nog wordt gebruikt voor een land van onmetelijke rijkdom en invloed.

Goud is liefde, goud is puur, goud is eeuwig.
Goud in zuivere toestand is echter te zacht om juwelen van te maken. Om te voorkomen dat deze snel verbuigen en slijten, worden er aan het zuivere goud andere metalen toegevoegd om het steviger te maken.
Het zijn vooral zilver, koper en palladium die men als legeringelementen gebruikt.

 De hoeveelheid puur goud, die aanwezig is in een sieraad, wordt uitgedrukt in duizendsten. Zo heeft puur goud, beter bekend als 24 karaat goud, een waarde van 1000 duizendsten. 18 karaat goud dat voor drie kwart (750/1000) uit puur goud bestaat, heeft derhalve een waarde van 750 duizendsten. De ‘rest', die men toevoegt om een bewerkbare legering te bekomen, is dan meestal zilver of koper.

Ieder gouden juweel moet voorzien zijn van een meesterstempel, samen met een stempel die aangeeft uit welke goudlegering het gemaakt is.

De meest voorkomende goudlegeringen zijn :

  • 9 karaat (375/1000)
  • 14 karaat (585/1000)
  • 18 karaat (750/1000)
  • 20 karaat (833/1000)
  • 22 karaat (916/1000)

 In België zijn de meeste gouden juwelen vervaardigd uit 18 karaat goud. Maar dit is zeker niet overal zo. Er zijn ook landen waar de meerderheid van de juwelen uit 14 karaat goud gemaakt wordt. 

Welke kleuren zijn er in goud?

Om goud voor juwelen de nodige stevigheid te geven, worden andere metalen (koper, zilver, zink, en palladium) aan de goudlegering toegevoegd. Deze legeringselementen worden ook gebruikt om verschillende gouden kleurschakeringen te maken. Zo wordt roodgoud bekomen door hoofdzakelijk koper aan de legering toe te voegen. Geelgoud wordt verkregen door een legering van goud, koper en zilver.

Witgoud werd vroeger gemaakt door het toevoegen van nikkel, totdat men er achter kwam dat veel mensen er allergisch voor zijn. Vandaag de dag is het door Europese wetgeving dan ook verboden om nikkel in het witgoud te verwerken, waarop het werd vervangen door palladium. Het is om deze reden dat een witgouden legering niet zuiver wit is maar eerder gebroken wit, tot zelfs een klein beetje gelig-grijs. Om de mooie witte kleur te verkrijgen, wordt het witgoud voorzien van een afwerkingslaag van rhodium. Deze rhodium-laag kan met de jaren afslijten, waardoor de gelig-grijze kleur van het witgoud terug zichtbaar wordt. Het is uiteraard wel steeds mogelijk om de juwelen terug in nieuwe staat te brengen en te voorzien van een nieuwe laag.

Zilver

Zilver is een zacht, wit, natuurlijk materiaal, dat net als goud behoort tot de groep edelmetalen. Zilver roest en vergaat bovendien niet, waardoor het duurzaam is. Daarnaast is zilver gemakkelijk te bewerken omdat het een zacht metaal is.

In tegenstelling tot goud wordt zilver zelden in zuivere toestand in de natuur gevonden. Meestal wordt het in verbinding met niet-edele metalen als lood en koper gedolven. Dit mengsel wordt bewerkt om het zuivere zilver te scheiden van overige metalen.

Zilver was lange tijd het favoriete materiaal voor sieraden in de kringen van intellectuelen en trendsetters. De reden hiervoor was dat het traditionele materiaal goud, te duur was voor jonge, startende edelsmeden. Zilver leent zich bovendien uitstekend voor experimenten en het materiaal is prijsvriendelijk waardoor ook grotere sieraden en gebruiksvoorwerpen betaalbaar blijven. Er is de laatste tijd dan ook weer een toenemende aandacht voor witte metalen. Zilver, maar ook platina, edelstaal, titanium en palladium winnen terrein omdat ze passen in de geest van onze tijd. 

Puur zilver is te zacht om verwerkt te worden tot een juweel, het zou immers te snel slijten of buigen. Daarom wordt het samengesmolten met andere metalen, zoals met koper. Zo ontstaat er een legering, waarbij de hoeveelheid puur zilver het zilvergehalte bepaalt. Dit zilvergehalte wordt in duizendsten aangegeven.

 Ieder juweel moet voorzien zijn van een geldig keurteken, dat aangeeft uit welke zilverlegering het gemaakt werd. De meest voorkomende legeringen zijn Sterling-zilver (925/000) en gewoon zilver (835/000) 

Juwelen - stenen en parels

Diamant - briljant

Diamant wordt wel de 'koning der edelstenen' genoemd. Toch is deze edelsteen heel eenvoudig van samenstelling.

Diamant bestaat uit zuivere koolstof die kristalliseert ten gevolge van zeer hoge druk en hoge temperatuur. Deze omstandigheden vinden we enkel op een diepte van 150 tot 200 km onder het aardoppervlak. Diamant vindt vervolgens zijn weg naar het aardoppervlak door vulkanische uitbarstingen. Dit vulkanisch materiaal dat diamant bevat noemen wij 'kimberliet', afgeleid van de Kimberley-mijn in Zuid-Afrika waar sinds het einde van de 19e eeuw de moderne diamantindustrie ontstond.

Hoewel de diamantproductie in de afgelopen jaren is toegenomen, is er naar schatting in de loop van de geschiedenis in totaal slechts 500 ton diamant gewonnen. Van alle diamanten die nu gevonden worden, is ongeveer 15-20 % geschikt om in een sieraad te verwerken. Tussen deze diamanten is er dan natuurlijk ook nog een groot verschil in kwaliteit. Deze kwaliteit, en bijgevolg ook de waarde van de diamant, wordt bepaald door een combinatie van vier verschillende kwaliteitsnormen, die de 4 C's genoemd worden.

Caratweight - Karaatgewicht van diamant

De standaard gewichtseenheid voor diamanten en voor de meeste edelstenen is de karaat. 1 Karaat is gelijk aan 200 milligram.Niet te verwarren met karaat voor goud dat het percentage puur goud aangeeft. Wanneer andere waardebepalende factoren gelijk zijn, kan worden gesteld dat de waarde van de diamant stijgt naarmate het gewicht toeneemt.


Bij perfect geslepen briljanten (zie Cut) geldt volgende regel :

Diameter (in mm)

1,4

2,0

2,4

3,0

3,8

5,1

6,5

8,2

Karaat

0,01

0,03

0,05

0,10

0,20

0,50

1,00

2,00

Clarity - Zuiverheid van diamant

De zuiverheid van de diamant varieert op een schaal van loepzuiver tot onvolmaakt.

Zowel insluitsels (intern) als oneffenheden (extern) hebben invloed op de zuiverheid van de diamant. De grootte, het aantal en de plaats van de onzuiverheden, de ligging van de interne en externe kenmerken, de belangrijke structuurverschijnselen, de kleur en transparantie van onzuiverheden bepalen uiteindelijk de zuiverheidsgraad van een diamant.

Slechts een beperkt aantal diamanten is loepzuiver, d.w.z. dat ze volledig vrij van onzuiverheden zijn wanneer ze door een expert onder een loep (10x vergrotend) bekeken worden.


 Code

 Betekenis

 Definitie

IF

Internally Flawless

Insluitsels zijn niet zichtbaar voor het geoefende oog wanneer gezocht wordt met een loep die 10 x vergroot

VVS1

Very, Very Small Included 1

Insluitsels zijn zeer, zeer moeilijk te zien met een loep die 10 x vergroot

VVS2

Very, Very Small Included 2

Insluitsels zijn zeer moeilijk te zien met een loep die 10 x vergroot

VS1

Very Small Included 1

Zeer kleine insluitsels, erg moeilijk te zien met een loep die 10 x vergroot

VS2

Very Small Included 2

Zeer kleine insluitsels, moeilijk te zien met een loep die 10 x vergroot

SI1

Slightly Included 1

Zichtbare insluitsels, gemakkelijk te zien met een loep die 10 x vergroot

SI2

Slightly Included 2

Zichtbare insluitsels, erg gemakkelijk te zien met een loep die 10 x vergroot

I1

Imperfect 1

Insluitsels moeilijk te zien met het blote oog, schittering van steen nog goed

I2

Imperfect 2

Insluitsels te zien met het blote oog, schittering van steen minder goed

I3

Imperfect 3

Insluitsels makkelijk te zien met het blote oog, duidelijk mindere schittering




Color - Kleur van diamant

De kleur van de diamant wordt bepaald door visuele vergelijking met een internationaal goedgekeurde reeks ijkstenen.
In de praktijk betekent dit dat men kijkt in hoeverre de kleur van een steen afwijkt van een kleurloze (een blauwwitte) diamant. Het merendeel van de diamanten heeft een vleugje geel of is bruingetint en een klein aantal diamanten heeft een kleur die afwijkt van het normale type.

Met uitzondering van enkele diamanten in fantasiekleuren ("fancies") zoals blauw, roze, paars of rood, is de kleurloze diamant, de exceptional white (D+), de meest waardevolle en de meest gegeerde.


Cut - Slijpvormen van diamant

Aan de steen wordt een bepaalde slijpvorm gegeven zoals ronde briljant, ovaalvorm, markiesvorm, peervorm, hartvorm en smaragdvorm.

Cut verwijst naar de interne verhoudingen en afwerkingsgraad van een geslepen diamant en wordt ook wel eens maaksel genoemd.

De verhoudingen verwijzen naar de relatie grootte-hoek tussen de facetten en de verschillende delen van de diamant. Als deze verhoudingen ideaal zijn, zal de diamant erg schitteren. Onder afwerking verstaan we de vorm en de plaats van de facetten en het slijpen.

Het slijpen beïnvloedt zowel het gewicht als de schittering van de diamant. Dit heeft dan ook tot gevolg dat men soms de steen iets minder perfect zal slijpen, als men daardoor het gewicht van de steen iets groter kan houden.

Naarmate de verhoudingen en de afwerking meer en beter balanceren, zal ook de waarde van de diamant stijgen.



De meest bekende en ook alom voorkomende slijpvorm is de briljant-slijpvorm met 57 facetten (of 58 als je de punt onderaan, het kollet, ook meetelt).

Speciaal van slijpvorm en feller van schittering is de Flanders Cut, een achthoekige slijpvorm, ontwikkeld in de Antwerpse Kempen, die zijn grotere schittering dankt aan de 61 facetten en de zeer complexe symmetrie. Om de absolute schittering te kunnen behalen, moeten alle facetten dan ook op een zeer precieze wijze geslepen worden. In vergelijking met de klassieke ronde briljant neemt het slijpen van een Flanders Cut gemiddeld een derde meer tijd in beslag.


Zirconium

Zirconium - een synthetische (imitatie-)steen - kan net als diamant geslepen worden in verschillende vormen. Maar het grote verschil met diamant is dat zirconium 75 procent zwaarder weegt. Het ander groot verschil tussen diamant en zirconium vinden wij terug in de hardheid.

Zirconium heeft een wetenschappelijke hardheid van 8,5 op de schaal van Mohs. Diamant heeft een notering van 10. Doordat zirconium minder hard is, bestaat de mogelijkheid dat bij een geslepen steen de facetten afslijten, waardoor de schittering afneemt en de steen uiteindelijk een dof uitzicht krijgt.

Naast klassieke witte, zijn zirconia ook verkrijgbaar in vele modekleuren, zoals in lavendelblauw, amethist, kanariegeel, roze, smaragdgroen, saffier blauw en robijnrood. Voor juwelen waarin zirconia gezet zijn (meestal zilveren juwelen), worden veelal de Russian CZ's gebruikt. Dat zijn de meest verfijnde ‘Cubic Zirconia' die beschikbaar zijn op de markt.

Parels

Parels worden gevonden in de schelp van een weekdier. Deze dubbelschalige schelpen worden doorgaans 'pareloesters' genoemd, al zijn het in feite niet altijd oesters.

 In tegenstelling tot edelstenen hoeft een parel niet bewerkt te worden, zij wordt in al haar volmaaktheid gevonden. Enkel de natuur bepaalt haar kleur en vorm. Een parel schittert ook niet, maar beschikt over subtiele kleurschakeringen in het parelmoer.

De natuurlijke parel is dus een speling van de natuur, veroorzaakt door een vreemd lichaam (zoals een zandkorrel, een stukje schelp of een klein kreeftje) dat een pareloester binnendringt. Om zichzelf te beschermen, vormt de oester kleine laagjes parelmoer om de indringer heen. Dit gebeurt totdat er een rond, glanzend bolletje ontstaat: de parel. Wanneer wij de natuurlijke parel onder een röntgenapparaat leggen, kunnen wij zien dat deze uit vele laagjes bestaat, zoals bij een ui. Natuurlijke parels zijn overigens uiterst zeldzaam en dus kostbaar. Zo moeten er maar liefst 15.000 oesters geopend worden om één enkele parel te vinden.

Parels werden met gevaar voor eigen leven opgedoken door parelvissers en waren zeer zeldzaam. Om deze reden probeerden mensen dan ook eeuwenlang om parels te kweken. Het duurde echter tot het begin van de 20ste eeuw voordat er een succesvolle kweekmethode werd ontwikkeld. De Chinezen slaagden er namelijk in voor het eerst het 'productieproces' van de oester op gang te brengen. Maar het was de Japanse pastaverkoper Mikimoto Kokichi die er in slaagde om de eerste ronde, mooie parel te kweken. Hij injecteerde een bolvormig geslepen stukje van een mosselschelp in de pareloester en dat bleek de sleutel tot het grote succes. De parels die op deze manier verkregen worden zijn immers ronder en helderder dan parels die ‘toevallig' ontstonden. Ze zijn ook minder zeldzaam, aangezien ze ‘geoogst' worden in parelbedrijven. Nochtans heeft de natuur ook hier drie tot vier jaar nodig om haar werk te doen.

De gecultiveerde parel doet in schoonheid nauwelijks onder voor de natuurlijke. Sterker nog, het verschil is niet met het blote oog waar te nemen. Enkel met behulp van röntgenapparatuur kan de gekweekte van de natuurlijke parel worden onderscheiden.

Het verschil tussen echte parels en imitatieparels (die volledig door de mens gemaakt werden) is echter erg makkelijk op te sporen. De glans van natuurlijke en cultuurparels is immers veel dieper en wanneer u de parels tegen de tanden wrijft, merkt u dat hun oppervlak lichtjes krast. Imitatieparels zijn daarentegen perfect glad maar missen de magische glans die de echte parelliefhebbers zo aantrekt. Nochtans worden sommige soorten imitatieparels gefabriceerd volgens een zeer gesofisticeerd procedé zodat een leek door hun glans misleid kan worden. In de parel ‘bijten' en de zachtheid vergelijken blijft dan ook de beste test.

 

Parels zijn er in talloze prijsklassen en kwaliteiten. Algemeen wordt gesteld: hoe groter de parel, hoe hoger de prijs. Het duurt nu eenmaal langer voordat een oester een grotere parel heeft gemaakt. De glans is eveneens van belang, zo zal een geoefend oog de satijnzachte gloed van een echte parel in een oogwenk onderscheiden van die van welke imitatie dan ook. Een parel van de hoogste kwaliteit mag natuurlijke onregelmatigheden hebben, maar geen vlekjes. Tot slot is de symmetrische vorm van belang. Hoe volmaakter de ronding van de parel, hoe groter de waarde.

 

Waar komen de mooiste parels vandaan ?

Alle parels zijn verschillend. Hun vorm, grootte, kleur en glans worden bepaald door hun afkomst.

  • Uit oesters afkomstig uit de Japanse wateren worden de Akoya cultuurparels gewonnen. Deze kleine oesters geven mooie ronde parels met een diameter van 2 tot 9 mm.
  • De parels uit de Stille Zuidzee zijn zeldzamer maar wel groter (9 tot 16 mm en zelfs meer). De vorm van deze parels varieert; slechts weinig parels zijn perfect rond. Op basis van de verschillen in kleur onderscheiden wij twee categorieën : De witte of crèmekleurige parels, afkomstig van de ‘Pinctada Maxima', vindt men terug langs de kusten van Australië, de Filippijnen, Maleisië. Deze parels hebben een uitzonderlijk dikke laag parelmoer. De groen-zwarte parels, afkomstig van de ‘Pinctada Margaritifera', worden gewonnen in de zeeën rond Tahiti. Het parelmoer van deze oesters is donkergroen, waardoor de parels een uitzonderlijke kleur krijgen.
  • Zoetwaterparels hebben een heel andere oorsprong: ze worden niet gewonnen uit oesters, maar uit mosselen, die niet in zeeën maar in meren voorkomen. De meeste zoetwaterparels zijn afkomstig uit China. Ook in Japan, vooral in het Biwameer (Biwa-parels,) worden ze gewonnen. Deze parels zijn meestal kleiner en onregelmatig van vorm en bovendien groeien er in elke mossel verschillende pareltjes tegelijk.

Onderhoud van parels

 Als parels niet verzorgd worden, verouderen ze snel. De parel wordt dan mat, verliest zijn typische glans en er verschijnen kleine barstjes. Tenslotte zullen de parelmoerlagen zelfs beginnen loskomen. De voornaamste vijanden van parels zijn transpiratie, parfum en cosmeticaproducten. De ideale verzorging bestaat erin om de parels op te wrijven met een zeemvel of een fluwelen doek, nadat men ze gedragen heeft. 

Waarmee kunnen wij u van dienst zijn?

Contacteer ons Bekijk onze collecties
Webshop by

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x